U bevindt zich op: Home
Onderwerpen
Staatsexamens NT2
Voorbereiden
Examen doen
Examen doen - Inhoud
Hier kunt u lezen wat er gebeurt nadat u zich voor een examen heeft aangemeld, wat u moet meenemen naar het examen en hoe de examens precies gaan.
Kijk onderaan deze pagina voor informatie over de digitale examens Luisteren en Lezen en een voorbeeld van het digitale examen Luisteren.
Voor informatie over de digitale examens Luisteren en Lezen en een voorbeeld van het digitale examen Luisteren, zie: Voorbeeld digitaal examen
Nadat u zich hebt aangemeld voor het Staatsexamen en uw examengeld hebt betaald, krijgt u ongeveer 14 dagen voor het examen een brief: de oproep. Op deze oproep staat precies waar het examen is, hoe laat u aanwezig moet zijn en hoe lang de examenonderdelen, samen met de legitimatie, duren.
Zorg ervoor dat u op tijd komt. Als u te laat bij de examenzaal komt, mag u geen examen meer doen. U kunt alle informatie hierover nalezen op de website van
DUO en in de folder die u bij de oproep krijgt.
Wat moet u meenemen naar het examen?
-
-De oproep
Zonder oproepbrief mag u geen examen doen.
-
-Een origineel legitimatiebewijs met foto
Op het examen moet u zich kunnen legitimeren. U mag geen examen doen zonder origineel legitimatiebewijs met foto. Een legitimatiebewijs is: een paspoort, verblijfsvergunning, rijbewijs of gemeentelijke identiteitskaart (met een pasfoto). Als u geen legitimatiebewijs kunt laten zien, kunt u uiterlijk een week voor het examen bellen met de NT2-administratie van DUO in Groningen. Het telefoonnummer is 050 - 599 89 33. Misschien dat er nog een oplossing voor uw probleem kan worden gevonden.
-
-Woordenboeken
Tijdens de examens Lezen en Schrijven mag u woordenboeken gebruiken. Als u woordenboeken wilt gebruiken, moet u deze zelf meenemen. U mag tijdens het examen geen woordenboeken van andere kandidaten lenen. Ook mogen er geen briefjes, teksten of aantekeningen in het woordenboek zitten. U mag geen elektronische hulpmiddelen (bijvoorbeeld een vertaalcomputer) gebruiken.
-
-Schrijfmateriaal
Voor het examenonderdeel Schrijven krijgt u in de zaal een zwartschrijvende pen uitgedeeld.
U moet zelf zorgen voor eten en drinken in de pauzes. Dit kunt u niet kopen op de examenlocatie.
In de examenzaal
Op de tafels in de examenzaal liggen bladen met examennummers. Iedere deelnemer heeft een eigen examennummer. Dit examennummer staat op de oproep. U zoekt uw nummer en gaat zitten aan de tafel met uw nummer. Er is altijd een examenleider in de examenzaal aanwezig. De examenleider zorgt ervoor dat u het examen rustig kunt maken.
Voordat het examen begint, moeten alle kandidaten hun geldig legitimatiebewijs met pasfoto laten zien en moet iedereen een handtekening zetten op het proces-verbaal. Daardoor kan men controleren of u aanwezig was. Ook controleert de examenleider de meegenomen woordenboeken. Als dit gebeurd is, deelt de examenleider het examenmateriaal uit. Na de controle geeft de examenleider instructies over het examen. Daarna kunt u vragen stellen. Als niemand meer een vraag heeft, zegt de examenleider dat het examen kan beginnen. Dit is het moment dat de examentijd begint. Tijdens het examen mag u geen vragen meer stellen.
Tijdens het examen moet u doen wat de examenleider zegt. Bij het examen Lezen en Schrijven mag u de examenzaal verlaten als u meer dan 15 minuten voor het einde van het examen klaar bent. Als u wilt vertrekken, geeft u een teken aan de surveillant. Na de controle van alle materialen krijgt u toestemming om de zaal te verlaten. U moet dat rustig doen, zonder de andere deelnemers te storen. Aan het einde van het examen moet u al het examenmateriaal inleveren. U mag dus geen examenmateriaal meenemen uit de examenzaal. Ook het kladpapier moet worden ingeleverd. U mag geen (klad)papier gebruiken dat u zelf hebt meegenomen.
Het examen Luisteren krijgt u te horen via een koptelefoon.
Het examen Luisteren bestaat uit drie aparte onderdelen, onderdeel A, B en C. De vragen leest u op het computerscherm. Het zijn altijd meerkeuzevragen. U moet steeds uit drie antwoorden het goede antwoord kiezen. Dat antwoord klikt u aan op het computerscherm.
Als u een fout antwoord hebt gekozen, dan kunt u op het goede antwoord klikken. Geef altijd antwoord. Als u geen antwoord geeft, is het antwoord fout.
Tijd
De onderdelen van het Luisterexamen duren samen ongeveer één uur. De tijd voor uw legitimatie, de instructie en de pauzes is hierbij niet meegerekend.
Instructie
Elk onderdeel van het examen begint met een instructie. Onderdeel A van het examen start altijd met een voorbeeld.
U krijgt steeds een korte tekst te horen. Na elk stukje tekst volgt een korte stilte. In die stilte moet u twee dingen doen. U moet op het computerscherm het antwoord op de vraag geven en u moet naar het volgende scherm gaan om de vraag te lezen die hoort bij het volgende stukje tekst. Het is heel belangrijk dat u voldoende tijd neemt om de volgende vraag alvast te lezen. Als u dit niet doet, dan weet u niet waar u op moet letten bij het luisteren naar het volgende stukje tekst.
Het examen Lezen bestaat uit één onderdeel. U krijgt een opgavenboekje met daarin alle teksten. De opgaven ziet u op het computerscherm. Het zijn altijd meerkeuzevragen. U moet steeds uit twee, drie of vier antwoorden het goede antwoord kiezen. Uw antwoord klikt u aan op het computerscherm. Dat gaat op dezelfde manier als bij het examen Luisteren
Tijd
Het Programma I examen duurt één uur en 50 minuten. Het examen van Programma II examen duurt één uur en 40 minuten. De tijd voor uw legitimatie en voor de instructie is hierbij niet meegerekend. Er is geen pauze bij het leesexamen.
Instructie
U moet soms de hele tekst of een tekstgedeelte lezen om de opgaven te kunnen beantwoorden. Maar dat is niet bij alle opgaven nodig. Soms hoeft u alleen maar bepaalde informatie op te zoeken. Lees dus steeds eerst de vraag. U weet dan of u de tekst goed moet gaan lezen of dat u alleen iets in de tekst moet opzoeken. En u weet dan ook of u veel of weinig tijd nodig hebt om de vraag te beantwoorden. Het is belangrijk om tijdens het examen goed op de tijd te letten.
Het examen Schrijven bestaat uit twee onderdelen.
Bij het examen Schrijven Programma I bestaat onderdeel A uit 10 zinsopdrachten (30 minuten) en 3 deelschrijftaken (30 minuten). Onderdeel B bestaat uit 3 korte opdrachten (60 minuten).
Sinds 1 januari 2012 ziet het examen Schrijven Programma II er anders uit. De onderdelen A en B zijn precies hetzelfde: ze bestaan elk uit 4 zinsopdrachten (10 minuten), een korte schrijftaak (20 minuten) en 1 middellange schrijftaak (30 minuten). Beide onderdelen duren 60 minuten. De opgaven van onderdeel A en B staan in aparte boekjes.
Tijd
Bij Programma I krijgt u per onderdeel één uur de tijd om de opgaven te maken. Het totale Schrijfexamen duurt 2 uur. De tijd voor de instructie en de pauze is hierbij niet meegerekend.
Bij Programma II krijgt u 60 minuten voor onderdeel A en ook 60 minuten voor onderdeel B. Het totale Schrijfexamen duurt 2 uur. De tijd voor de instructie en de pauze is hierbij niet meegerekend.
Instructie
Bij elk soort opdracht staat precies waarover u moet schrijven. U moet de teksten en zinnen bij het examen Schrijven op de rechterpagina's van de boekjes schrijven, binnen de aangegeven vakken. U mag hiervoor alleen een zwarte pen gebruiken.
In de examenzaal krijgt u kladpapier. U mag dit gebruiken, maar dat hoeft niet. Als u het kladpapier gebruikt, let er dan goed op dat u voldoende tijd overhoudt om uw definitieve tekst in het boekje te schrijven. We beoordelen alleen de tekst die u in het boekje hebt geschreven.
Het examen Spreken bestaat uit twee (Programma I) of drie (Programma II) onderdelen. U krijgt een opgavenboekje en u hoort de opdrachten via de koptelefoon.
Tijd
Het examen Spreken duurt ongeveer een half uur. De tijd voor uw legitimatie en voor de instructie is hierbij niet meegerekend.
Instructie
U krijgt alle opdrachten via de koptelefoon te horen. Alle opdrachten staan ook in het opgavenboekje. Tijdens het luisteren kunt u dus meelezen. Elk deel van de toets begint met een instructie. U krijgt bij alle opdrachten ook een voorbeeld te horen, behalve bij de lange opdracht uit Programma II.
U spreekt uw reacties op de opdrachten in de microfoon in. Alles wat u zegt, wordt opgenomen. De examenleider bedient de apparatuur. U hoeft daar zelf niets aan te doen.
Het is belangrijk dat u duidelijk spreekt. Spreek niet te zacht, want dan kunnen we uw antwoorden niet goed beoordelen. U hoeft ook niet veel harder te spreken dan normaal. Dan hebben de andere deelnemers last van u.
Aan het begin van het examen moet u uw naam en examennummer zeggen. Dat moet u aan het eind nog een keer doen. We weten dan zeker dat het úw antwoorden zijn.
Na afloop van het examen controleren we of de geluidsopname is gelukt. Als dat niet zo is, dan kunt u het examen indien mogelijk diezelfde dag nog opnieuw doen. Een enkele keer merken we pas bij de beoordeling dat de geluidsopname toch niet helemaal goed is. In dat geval krijgt u bericht van de NT2-administratie van DUO. U mag dan het examen gratis opnieuw maken.

