U bevindt zich op: HomeOnderwerpenTaal en rekenen mboImplementatieplan coe

Implementatieplan coe taal en rekenen mbo

Het implementatieplan voor de centraal ontwikkelde examens (coe) Nederlandse taal en rekenen in het mbo treft u hieronder aan. Deze vierde versie van september 2011 vervangt versie 3 (december 2010).

Zodra er in het plan wijzigingen worden aangebracht, wordt het plan van een nieuwe datum voorzien en worden de laatste wijzigingen gemarkeerd.

versie 4, september 2011

Inleiding

Reikwijdte van dit plan

Wat houdt de centrale examinering in?

Invoering van centraal ontwikkelde examens

Waarom stapsgewijze invoering?

Hoe kunnen de onderwijsinstellingen zich voorbereiden?

Planning

Op 29 januari 2010 heeft staatssecretaris Van Bijsterveldt de brief 'Implementatie referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen mbo' naar de colleges van bestuur van onderwijsinstellingen voor mbo gestuurd. Daarin wordt beschreven waarom en hoe de centrale examinering van taal en rekenen in het mbo ingevoerd gaat worden. Inmiddels is het wettelijk kader daarvoor, de 'Wet Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen' van kracht. Deze wet is op 1 augustus 2010 in werking getreden.

Het College voor Examens (CvE) is belast met de uitvoering van de centrale examinering in het beroepsonderwijs zoals geformuleerd in het examenbesluit beroepsopleidingen WEB. Dit betreft de referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen.

De ontwikkeling en invoering van de examens volgens het vastgestelde tijdpad en conform wet- en regelgeving doet het CvE niet alleen, maar in samenwerking met Cito, OCW, MBO-Raad, AOC Raad en NRTO (voorheen Paepon) en natuurlijk met de mbo-instellingen zelf.

Dit implementatieplan geeft uitleg over de invoering van deze toekomstige examens. Wat kunnen de mbo-instellingen de komende jaren verwachten? Wat wordt er van de instellingen verwacht? Dit plan richt zich tot iedereen die een rol heeft bij de voorbereiding en succesvolle implementatie van de centraal ontwikkelde examens op alle mbo-instellingen: de leden van de colleges van bestuur, ICT-managers, de medewerkers van de examenbureaus en vakdocenten

Het plan heeft de vorm van een 'groeidocument' dat telkens aangevuld wordt zodra er nieuwe relevante informatie bekend is. Betrokkenen zien telkens gemarkeerd welke wijzigingen en/of aanvullingen in het plan aangebracht zijn. OCW en CvE houden de instellingen op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen en belangrijke aanvullingen in dit plan via de contactpersonen die de bestuurders van de instellingen aangemeld hebben bij www.steunpunttaalenrekenenmbo.nl.

De invoering in het mbo van een centraal ontwikkeld examen Nederlandse taal en rekenen betekent voor de instellingen een omslag die belangrijke aanpassingen en veranderingen in de organisatie vraagt. Daarom is gekozen voor een stapsgewijze invoering. Een goede voorbereiding en een gefaseerde introductie in samenwerking met de mbo-instellingen is van groot belang voor een geslaagde invoering.

Met de invoering van de Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen zal er generiek getoetst worden. Welke beroepsopleiding studenten ook volgen, alle mbo-4 studenten vanaf cohort 2010 doen examen voor Nederlandse taal en rekenen op niveau 3F en alle mbo 1, 2 en 3 studenten op niveau 2F. Voor niveau 4 studenten die in 2013-2014 of later hun mbo-4 opleiding afronden, zal dit een centraal ontwikkeld examen zijn, voor niveau 2 en 3 studenten is dit vanaf 2014-2015 het geval. Voor niveau 1 opleidingen gaat het vooralsnog om deelname aan pilotexamens 2F en valt de beslissing over wel of geen centrale examinering niet voor 2014.

Per beroepsgroep kunnen er beroepsgerichte taal- en rekenvaardigheden zijn die onontbeerlijk zijn voor adequaat presteren bij beroepstaken. Deze vaardigheden zullen niet centraal getoetst worden, zij blijven deel uitmaken van het gebruikelijke beroepsgerichte instellingsexamen.

De centrale examens Nederlandse taal en rekenen voor het mbo worden in opdracht van OCW onder regie en verantwoordelijkheid van het CvE ontwikkeld door Cito. Daarbij worden vanzelfsprekend vakinhoudelijk en toetstechnisch deskundigen betrokken. Maar aan de basis van het ontwikkelproces en in de definitieve beslissingen aan het eind ervan hebben docenten en leidinggevenden uit het mbo een cruciale rol.

Examenonderdelen

Het centraal examen Nederlandse taal voor mbo-4 bestaat uit een toets over de onderdelen lezen en luisteren. Voor Nederlandse taal voor mbo-4 moeten instellingen daarnaast een instellingsexamen afnemen voor de onderdelen spreken, gesprekken voeren, schrijven en begrippenlijst/taalverzorging.

Het centraal ontwikkelde examen rekenen omvat alle onderdelen van rekenen (getallen, verhoudingen, meten en meetkunde, verbanden). Vanaf het moment dat er een verplicht centraal examen is, is er voor rekenen dus geen generiek instellingsexamen meer.

De centraal ontwikkelde examens Nederlandse taal en rekenen voor mbo-2 en 3 worden een jaar later dan de examens voor mbo-4 ingevoerd. Voorlopig is besloten dat studenten uit mbo-2 en 3 in dezelfde onderdelen van de referentieniveaus worden getoetst als in mbo-4. Dus voor Nederlandse taal alleen de onderdelen lezen van zakelijke teksten en luisteren. Voor rekenen alle beschreven subdomeinen (getallen, verhoudingen, meten en meetkunde, verbanden).

Syllabus en constructie coe's

Het CvE stelt syllabuscommissies in die de syllabus in concept redigeren als uitwerking en specificering van hetgeen centraal geëxamineerd wordt. In deze syllabus wordt gespecificeerd welke onderdelen centraal getoetst worden en in welke contexten dat gebeurt. Deze syllabus geeft het veld informatie over hoe de coe's eruit zien en beoogt docenten in staat te stellen de studenten adequaat op de coe's voor te bereiden. Deze syllabus bepaalt anderzijds de inhoud van de constructieopdracht voor het te construeren coe. De concept-syllabus wordt door de syllabuscommissie geredigeerd, in concept voorgelegd aan het veld en daarna vastgesteld. De staatssecretaris keurt uiteindelijk de syllabus goed, daarna wordt die gepubliceerd door het CvE.

Het CvE stelt naast syllabuscommissies ook vaststellingscommissies in. In beide commissies is het veld vertegenwoordigd. De vaststellingscommissies stellen jaarlijks de coe's vast (werkwijze is analoog aan die van v.o. met dien verstande dat er binnen het CvE aparte voorzieningen voor deze mbo examens komen).

Correctie vindt geautomatiseerd plaats aangezien zover het computerscoorbare vragen betreft. Indien het examen open vragen bevat, gebeurt de beoordeling op de onderwijsinstellingen door de examinatoren zelf. In aansluiting op de systematiek van de centrale examens in het voortgezet onderwijs heeft OCW voorlopig Cito aangewezen als toetsconstructeur in de ontwikkelfase van het traject van invoering.

Digitale afname examens

Anders dan bij de centraal schriftelijke examens in het voortgezet onderwijs kunnen de centraal ontwikkelde examens in het mbo op verschillende momenten in het jaar afgenomen worden. De flexibiliteit in de afname wordt gerealiseerd door de examens digitaal aan te bieden. Vooralsnog zullen drie periodes van ieder twee weken, verspreid over het jaar aangewezen worden waarin de centraal ontwikkelde examens kunnen worden afgenomen. Het College voor Examens stelt, na overleg met het mbo-veld, de periodes vast en informeert de onderwijsinstellingen over de data.

De instellingen zullen een set van centraal ontwikkelde examens ontvangen waarvoor ze binnen deze examenperiodes zelf een rooster voor afname kunnen opstellen. Voor de opleidingsplanning is van belang dat een student die zakt voor het centraal examen Nederlandse taal en rekenen, binnen de reguliere opleidingsduur ten minste één keer in de gelegenheid moet zijn om herexamen te doen. De opleidingsduur van een student moet dus in ieder geval twee examenperiodes bevatten.

Voorlopig zullen de centraal ontwikkelde examens in mbo afgenomen worden met behulp van door Cito ontwikkelde examensoftware. De onderwijsinstellingen zijn bij de start van het cursusjaar 2010-2011 door het College van Examens geïnformeerd over de werkwijze en het beoogde tijdpad voor het installeren van deze software.

De invoering van centraal ontwikkelde examens Nederlandse taal en rekenen in het mbo verloopt gefaseerd en zal in nauwe samenwerking met mbo-instellingen worden gerealiseerd. Instellingen worden in de gelegenheid gesteld om stapsgewijs ervaring op te doen met de inhoud en de organisatie van de examens. Instellingen kunnen een eerste beeld krijgen van de inhoud van de centrale examens door prototypes, syllabi en voorbeeldexamens. Door de voorbeeldexamens af te nemen volgens eigen planning, krijgt de onderwijsinstelling tevens een indruk wat de organisatie van deze examens vereist van de instelling.

Daarna kan de instelling gedurende twee jaar gaan 'proefdraaien' door deel te nemen aan de pilotexamens met een steeds groter aantal studenten. Waarbij de pilotexamens zoveel mogelijk onder dezelfde examencondities plaatsvinden als de centrale examens vanaf 2013-2014.

De resultaten van de pilotexamens tellen nog niet mee voor de diplomering. Wel kunnen studenten die deelnemen aan een pilotexamen een apart document krijgen, vanuit de onderwijsinstelling, dat zij kunnen tonen aan de vervolgopleiding of werkgever.

Tijdpad mbo-4

Op een klein aantal instellingen start in het komende cursusjaar 2010-2011 (in februari 2011 in een periode van twee weken) een 'pre-pilot' voor mbo-4. Vervolgens kunnen vanaf maart 2011 alle instellingen ervaring opdoen met de afname van voorbeeldexamens. In het daarop volgende cursusjaar (2011-2012) worden alle instellingen in de gelegenheid gesteld met een substantieel aantal studenten pilotexamens voor mbo-4 af te nemen. Het tweede pilotjaar (2012-2013), dat wil zeggen het jaar dat voorafgaat aan de daadwerkelijke invoering, kunnen alle onderwijsinstellingen in principe meedoen met alle examenkandidaten die hiervoor in aanmerking komen.

Bij de aanvang van het cursusjaar 2010-2011 ontvangen de instellingen informatie over hoe zij zich op kunnen geven voor de installatie van de examensoftware en de voorbeeldexamens die in maart 2011 beschikbaar zijn. Het College voor Examens zal de digitale nieuwsbrief van Steunpunt taal en rekenen mbo (Flitsbericht) gebruiken om de onderwijsinstellingen op de hoogte te brengen van nieuwe ontwikkelingen en de stand van zaken. Via dit kanaal zal ook bekend gemaakt worden hoe instellingen zich op kunnen geven voor deelname aan de pilotexamens. Daarbij zullen in samenwerking met de NRTO ook de niet-bekostigde instellingen betrokken worden.

Tijdpad mbo (1), 2 en 3

Voor mbo (1), 2 en 3, wordt dezelfde fasering gevolgd, maar de aanvang van de invoering is een jaar later. De pre-pilot op een beperkt aantal locaties start dus in het cursusjaar 2011-2012 en de eerste reguliere afname van het examen begint in het cursusjaar 2014-2015.

Schema fasering mbo 4 (3F)

schooljaar

wanneer

activiteit

2009-2010

maart 2010

prototype beschikbaar

2010 - 2011

februari 2011

syllabus beschikbaar (via Steunpunt)

februari 2011

pre-pilot op beperkt aantal instellingen (zie voorlichtingsbrochure pre-pilot )

vanaf maart 2011

oefenen met voorbeeldexamens op alle onderwijsinstellingen (zie voorlichtingsbrochure voorbeeldexamen)

2011-2012 1e pilotjaar

januari/februari 2012

1e periode afname pilotexamens op alle onderwijsinstellingen (substantieel aantal studenten)*. Zie Handboek COE

zomer 2012

2e periode afname pilotexamens op alle onderwijsinstellingen (substantieel aantal studenten)

2012-2013 2e pilotjaar

najaar 2012

1e periode pilotexamens op alle onderwijsinstellingen (met in principe alle studenten)

voorjaar 2013

2e periode pilotexamens op alle onderwijsinstellingen (met in principe alle studenten)

zomer 2013

3e periode pilotexamens op alle onderwijsinstellingen (met in principe alle studenten)

2013-2014

najaar 2013

1e periode verplichte afname coe's voor alle studenten

  • Dit betreft per onderwijsinstelling een beperkt aantal locaties.

Schema fasering voor mbo (1) 2, 3 (2F)

schooljaar

wanneer

activiteit

2010-2011

december 2010

prototype beschikbaar

2011-2012

december 2011

syllabus beschikbaar (via Steunpunt)

januari 2012

pre-pilot op beperkt aantal instellingen (ook mbo 1). Zie: Handboek COE

vanaf februari 2012

oefenen met voorbeeldexamens op alle onderwijsinstellingen

2012-2013 1e pilotjaar

najaar 2012

1e periode afname pilotexamens op onderwijsinstellingen (substantieel aantal studenten)

voorjaar 2013

2e periode afname pilotexamens op onderwijsinstellingen (substantieel aantal studenten)

zomer 2013

3e periode afname pilotexamens op onderwijsinstellingen (substantieel aantal studenten)

2013-2014 2e pilotjaar

najaar 2013

1e periode pilotexamens op alle onderwijsinstellingen (met in principe alle studenten)

voorjaar 2014

2e periode pilotexamens op alle onderwijsinstellingen (met in principe alle studenten)

zomer 2014

3e periode pilotexamens op alle onderwijsinstellingen (met in principe alle studenten)

2014-2015

najaar 2014

1e periode verplichte afname coe's voor alle studenten mbo-2 en mbo-3

Een stapsgewijze invoering geeft instellingen de gelegenheid om zich goed voor te bereiden op de afname van digitale examens in 2013-2014. Ook zal de pilotfase op een aantal punten op het gebied van de inhoud, de techniek, de organisatie en de procedures rond het examen nog duidelijkheid moeten verschaffen. Die duidelijkheid kan alleen in de praktijk en met behulp van de ervaringen vanuit de onderwijsinstellingen verkregen worden.

De volgende vragen zijn daarbij aan de orde:

 

inhoud:

meet de toets wat hij moet meten en is de juiste cesuur vastgesteld?

techniek:

wat moet er gebeuren om op alle onderwijsinstellingen de coe's met de ontwikkelde examensoftware af te kunnen nemen (ict-voorzieningen, hardware, software)?

organistie:

wat moet er binnen de onderwijsinstellingen georganiseerd worden om centraal ontwikkelde examens af te nemen (denk aan: het plannen en organiseren van de examens, het organiseren van de correcties en het omzetten van scores in cijfers)?

procedures:

welke regels moeten er volgens het Examenbesluit Beroepsopleidingen WEB opgesteld worden voor de afname van de centraal ontwikkelde examens?

Elke fase van de stapsgewijze invoering levert de instellingen en het College van Examens op deze punten nieuwe en aanvullende gegevens op die gebruikt zullen worden in de volgende fase. De ervaring in de praktijk is van belang om te toetsen hoe de afname van de centraal ontwikkelde examens logistiek goed te organiseren valt en om kinderziektes al in een vroeg stadium te herkennen én te kunnen verhelpen.

Instellingen kunnen zich vanaf het cursusjaar 2010-2011 voorbereiden op de centraal ontwikkelde examens door:

  • te oefenen met voorbeeldexamens mbo-4 (vanaf maart 2011 kunnen alle instellingen oefenen met voorbeeldexamens)
  • deel te nemen aan de (pre-)pilots (zie schema fasering mbo-4 en mbo 2,3)

Logistiek: techniek en organisatie

Het voorbeeldexamen kan de instelling gebruiken om een eigen proefafname binnen de school te organiseren. Door dit te doen maken de docenten kennis met deze toetsen en krijgen zij een indruk van de prestaties van hun studenten op deze toetsen. Andere betrokkenen, zoals systeembeheerders en medewerkers van het Examenbureau, doen ervaring op met de logistiek van deze vorm van examinering.

Het 'proefdraaien' met de pilotexamens geeft instellingen gedurende twee jaar de gelegenheid om met een steeds groter aantal studenten ervaring op te doen met de logistiek. De pilots vinden dan zoveel mogelijk onder dezelfde examencondities plaats als de centrale examens vanaf 2013-2014. De resultaten op de pilotexamens worden ook geanalyseerd en omgezet in een cijfer.

Voor afname van de examens richten de instellingen ruimtes in met computers die op een netwerk zijn aangesloten waarop de examensoftware is geïnstalleerd. Voor de installatie van de examensoftware en de planning van examens zullen aparte handleidingen en begeleiding beschikbaar komen.

De examenbureaus doen ervaring op met het organiseren van deze vorm van centrale computerexamens. Bijvoorbeeld met het invoeren van de studenten in het systeem en het koppelen van een deelnemer aan een af te leggen toets op een bepaald tijdstip. En uiteraard doen ook de docenten ervaring op met hoe een digitaal centraal ontwikkeld examen eruit ziet, met de correctie ervan en met het omzetten van scores in cijfers.

De pilots zijn bedoeld om de instellingen ervaring op te laten doen met de examens om zich voor te bereiden op de verplichte afname. Aan de pilots kunnen in principe alleen kandidaten deelnemen die in dat schooljaar hun opleiding afsluiten. De pilots zijn dus niet bedoeld als oefenexamen voor de kandidaten die in 2013-2014 (mbo-4) deelnemen aan de verplichte afname. Voor deze voorbereiding zijn de voorbeeldexamens bedoeld.

De instellingen zullen in het voorjaar van 2011 geïnformeerd worden over de organisatie van de eerste pilotafname die in februari 2012 plaatsvindt. Dan zullen de criteria voor toelating en de procedure voor opgave van deelname aan die eerste pilot bekend worden gemaakt.

In het schema hieronder zijn de stappen in het proces van invoering voor alle opleidingen in het mbo naast elkaar in schema gezet. Om nadere informatie te krijgen over de invulling van een van de genoemde activiteiten, klikt u op de onderstreepte termen:

 

schooljaar

stap

3F

2F

2010-2011

A1

Pre-pilot

A2

Afname voorbeeldexamens

2011-2012

B1

Pre-pilot

B2

Afname voorbeeldexamens

A3

afname 1 pilotjaar 1

A4

afname 2 pilotjaar 1

2012-2013

A5

afname 1 pilotjaar 2

B3

afname 1 pilotjaar 1

A6

afname 2 pilotjaar 2

B4

afname 2 pilotjaar 1

A7

afname 3 pilotjaar 2

B5

afname 3 pilotjaar 1

2013-2014

A8

regulier 1e jaar periode 1

B6

afname 1 pilotjaar 2

A9

regulier 1e jaar periode 2

B7

afname 2 pilotjaar 2

A10

regulier 1e jaar periode 3

B8

afname 3 pilotjaar 2

2014-2015

B9

regulier 1e jaar periode 1

A11

regulier 2e jaar periode 1

B10

regulier 1e jaar periode 2

A12

regulier 2e jaar periode 2

B11

regulier 1e jaar periode 3

A13

regulier 2e jaar periode 3